| Gilden |
In de jaren 1000 - 1200 ontstonden in de handels-nederzettingen
bepaalde ambachtsgemeenschappen. (Een ambacht is een beroep wat je met
je handen uitoefent.) Handwerkslieden met hetzelfde ambacht zagen al snel
dat ze hun krachten beter niet konden verspillen aan de moordende concurrentie.
Ze sloten zich aan bij verenigingen die hun belangen behartigden: DE GILDEN.
In een Gilde waren alle ambachtslieden met hetzelfde beroep verenigd; zowel werkgevers als de onbetaalde leerjongens. Een aantal democratisch gekozen gilde- en keurmeesters vormden de leiding van een Gilde.
Het gildebestuur bepaalde wie lid mocht worden van het Gilde, hoeveel werknemers je in dienst mocht hebben, de prijs van de producten, de hoeveelheid die mocht worden gemaakt en de kwaliteit waaraan de producten moesten voldoen. Het loon dat ieder gildelid verdiende werd door de gildemeesters vastgesteld, evenals de werktijden.
Om een ambacht te leren, ging je in de leer bij een meester. Na 7 jaar werd je gezel en kon je bij een meester gaan werken. Als de gezel meester wilde worden, moest hij een meesterproef doen om te laten zien dat hij het vak goed beheerste.
|
Gildepenning van de chirurgijns in Amsterdam,
Bron: Veilingcatalogus 20 Laurens Schulman, Bussum, 1998
op naam van H: Camerling 1778 |