De Brabantse of Carolusgulden, ook Rijnse gulden:
Gouden munt geslagen onder keizer Karel, 1520. Er was ook een zilveren
Carolusgulden
Rekenkamer van Brabant , register 137 folio 158,
onderverdeling:
Gulden Brabants = 20 stuiver of 1 pond Artois.
1st. = 4 oordjes of 1 schelling Artois, of 72 mijten Brabants. 1 blank
= 3 oordjes. 1/2 st.= 2 oordjes of 36 mijten. 1 plekke= 24 mijten. 1
oord = 2 negenmannekens of 18 mijten. 1 negenmanneken = 9 mijten.
Bij plakkaat van 12 juni 1539, beval de keizer de algemene officiële
ter uitsluiting van alle andere munt.
Bron: Stallaerts glossarium van verouderde rechtstermen, kunstwoorden
en andere uitdrukkingen.
M.Vdb.